Verslag: 'Nieuwe kansen op de publieke arbeidsmarkt'

09-12-2008

Verslag conferentie 20 november 2008 Lokale ontsluiting van de publieke arbeidsmarkt schept kansen voor werkzoekenden die op enige afstand van de arbeidsmarkt staan. SW-bedrijven die zich als actieve partner opstellen, kunnen daar hun voordeel mee doen. Dat was de rode draad tijdens de conferentie ‘Nieuwe kansen op de publieke arbeidsmarkt’, een initiatief van SBCM en adviesbureau KOCK, op 20 november in Arnhem.   SBCM-secretaris Arie van Dijk nam tijdens de conferentie het rapport ‘Gebiedsgerichte ontsluiting van de publieke arbeidsmarkt’ in ontvangst. Het gelijknamige project is, met een stimuleringssubsidie van SBCM, uitgevoerd door KOCK en acht SW-bedrijven.
De conferentie richtte zich op functionarissen die verantwoordelijk zijn voor de doorstroming van SW-medewerkers naar de reguliere arbeidsmarkt. De deelnemers kwamen uiteraard voor een toelichting op de resultaten van het project, maar werden ook bijgepraat over de ontwikkelingen bij belangrijke partners in de gebiedsgerichte aanpak, namelijk gemeenten en woningcorporaties. Aan het eind van dit verslag vindt u de powerpointpresentaties van de sprekers.

Woningcorporaties: aantrekkelijke mogelijkheden

De eerste spreker is Jan Kammeijer, directeur van Futura, een samenwerkingsverband van zes Brabantse woningcorporaties. Hij licht de positie van de corporaties toe. Kammeijer schetst dat de aloude woningbouwverenigingen traditioneel opkwamen voor mensen die daar zelf minder goed toe in staat waren. Na een periode van verzakelijking zien de woningcorporaties voor zichzelf weer een bredere taak weggelegd: een medeverantwoordelijkheid voor de leefomgeving. Investeren in vastgoed is investeren in de gemeenschap. Het uitgangspunt is niet een zo hoog mogelijke opbrengst voor de aandeelhouders, maar verbetering van de kwaliteit van de wijk en het leven van de bewoners. Dat is weer goed voor de waarde van het onroerend goed.
De corporaties kunnen dat niet alleen. Zij gaan steeds meer samenwerken met andere belanghebbende partijen. Ook de SW-sector is daarin een partner.
Het rapport ‘Nieuwe kansen op de publieke arbeidsmarkt’ biedt volgens Kammeijer goede uitgangspunten voor samenwerking. Bijvoorbeeld bij het opzetten en uitbreiden van buurtbeheerbedrijven. Er liggen ook aantrekkelijke mogelijkheden bij het beheer en onderhoud van multifunctionele accommodaties. Het verzorgen van woon-, zorg- en welzijnsdiensten is een ‘groeimarkt’ nu steeds meer mensen alleen oud worden.
Kammeijer adviseert SW-bedrijven actief gebruik te maken van de vele kansen. Het klimaat is goed voor nieuwe samenwerkingsverbanden, maar de corporaties moeten wel een keuze maken uit diverse opties. Het is dus aan de SW-bedrijven om de corporaties te verleiden.
Tom de Haas, van adviesbureau KOCK, vult aan dat SW-bedrijven al vaak contacten onderhouden met partijen als woningcorporaties, welzijnsinstellingen of de politie, maar vooral op uitvoerend niveau. Het is, gezien de grote overlappingen in de doelgroepen, de moeite waard om ook op directieniveau te kijken wat men elkaar te bieden heeft.

Positie van gemeenten verandert

Tom de Haas constateert ook dat SW-bedrijven meestal in actie komen op verzoek van de gemeente. Nu de positie van de gemeente verandert, ontstaat er voor SW-bedrijven meer ruimte om een initi‘rende rol te vervullen. De Haas licht enkele bestuurlijke ontwikkelingen toe:
Met de kernthema’s in de sociale wetgeving legt de landelijke overheid meer nadruk op eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid. Tegelijkertijd krijgt de gemeente, voor de uitvoering van wetgeving aan de sociale kant, de beschikking over veel financi‘le bronnen. Dat maakt de gemeente tot een belangrijke partij en daarmee wordt het voor het SW-bedrijf cruciaal om een positie te verwerven als vertrouwd en actief adviseur van het college van B&W.
In de publieke ruimte gaat de aandacht steeds meer naar verbeteringen binnen de bestaande bebouwing in plaats van grootschalige stadsontwikkeling. Leefbaarheid, identiteit en behoud van de waarde van vastgoed zijn de huidige trends. Stadsbeheer, waaronder schoonmaak, groenbeheer en een koppeling aan sociale activiteiten, krijgt meer aandacht. De dienstverlening van de gemeente is steeds vaker wijkgericht.
De modernisering van de Wsw betekent voor de gemeente dat de relatie met het SW-bedrijf losser wordt. SW-bedrijven doen er goed aan een productieve en duurzame relatie met de gemeente te ontwikkelen door samen een gemeentelijk werkbedrijf te vormen. Daarmee zijn resultaten te boeken bij de uitvoering van de Wsw en gesubsidieerde arbeid en bij de dienstverlening in de publieke ruimte. Bij een goede ontwikkeling biedt zo’n werkbedrijf ruimte voor de inzet van maximaal een kwart van het SW-personeel, terwijl daar nu soms minder dan vijf procent actief is.

Publieke ruimte: veel potentieel werk

Bart Geluk van KOCK licht de resultaten toe van het project ‘Gebiedsgerichte ontsluiting publieke arbeidsmarkt’. Bij de ontwikkelingen in de publieke ruimte spelen, behalve de veranderende rollen van gemeenten en woningcorporaties, ook factoren in zorg en welzijn een rol. Bijvoorbeeld de verschuiving van Wmo naar AWBZ en de groeiende tekorten aan vrijwilligers en mantelzorgers. Bovendien verplaatst de ori‘ntatie van de sociale werkvoorziening zich steeds meer van binnen naar buiten.
Het project is gebaseerd op de aanname dat de gebiedsgerichte aanpak meer en mogelijk ook nieuwe soorten werk oplevert. Doel van het project was om de kansen en mogelijkheden in kaart te brengen en te onderzoeken welke samenwerkingsvormen dat teweegbrengt. De verkenning is begonnen in februari van dit jaar met acht SW-bedrijven: Diamant-groep (Tilburg), Ergon (Eindhoven), IBN-Vebego (Uden), MTB NV (Maastricht), Paswerk (Haarlem), SWB Groep (Hengelo), UW Re-integratie (Utrecht) en WSD-Groep (Boxtel).

Praktijkvoorbeelden

Geluk schetst het arbeidspotentieel in de publieke ruimte aan de hand van voorbeelden:

  • Bij het concept ‘Woon, Zorg en Service in de Wijk’, in Tilburg, levert een uitrol over de hele stad op jaarbasis maximaal 160.000 uur op. Zouden de 31 grote steden hier een vierde van uitvoeren, dan schept dat een potentieel van 1.240.000 uur op jaarbasis.
  • Bij het Buurtbeheerbedrijf te Eindhoven wordt het resultaat, bij uitbreiding naar tien wijken, geraamd op minimaal 100 personen. Zouden de 31 grote steden ook hiervan een vierde uitvoeren, dan levert dat minimaal 775 nieuwe werkplekken op.

De nieuwe werkgelegenheid concentreert zich in drie dominante activiteitenclusters:

  • Nieuwe buurtbeheerbedrijven of uitbreiding daarvan: onderhoud, reparaties, groenvoorziening en vormen van toezicht een wijk.
  • Beheer en onderhoud van multifunctionele accommodaties: ontwikkeling en exploitatie van een gebouw dat een meerwaarde biedt voor verschillende doelgroepen onder omwonenden.
  • Verzorgen van woon-, zorg- en welzijnsdiensten in de wijk: persoonlijke dienstverlening aan mensen met een fysieke of psychische beperking, die het niet breed hebben en niet beschikken over een sociaal netwerk of mantelzorg.

In het rapport zijn van elk van deze clusters verschillende goede praktijkvoorbeelden opgenomen.

Succesfactoren en aanbevelingen

Bij de werkgelegenheidsprojecten zijn verschillende factoren bepalend voor het succes, waaronder doelgroepverbreding: niet alleen gericht op SW-medewerkers, maar op iedereen die aan de zijlijn staat. Ook de rol van het SW-bedrijf is belangrijk: beperkt die zich tot de uitvoering, ben je co-maker of zelfs regisseur? Is die rol voor iedereen duidelijk? Enkele van de aanbevelingen die KOCK uit het project destilleert zijn:

  • De markt van nieuwe, voor SW’ers aantrekkelijke werkgelegenheid in de publieke ruimte, wordt nu verdeeld. Het is belangrijk om nu in te stappen.
  • Investeer in de relatie met de gemeentelijke overheid. Iedere gemeente is nu bezig met arbeidsparticipatie, maatschappelijke ondersteuning, re-integratie, wonen, zorg en wijkontwikkeling.
  • Zoek betrouwbare partners die willen investeren in versterking van de positie van mensen met een beperking. Op de arbeidsmarkt, bij huisvesting, in de zorg en bij gezonde buurten en wijken.

Buurtbedrijf

Enkele deelnemers aan het project presenteren in workshops hun ervaringen. De aanpak loopt uiteen. Er is bijvoorbeeld het ‘Buurtbedrijf’ van Ergon. Het Buurtbedrijf is al acht jaar actief, maar heeft sinds kort een formele status als onderdeel van de SW-organisatie. Een van de sterke kanten van het Buurtbedrijf is het ontruimen van woningen op verzoek van de corporaties. De politie weet het bedrijf bovendien te vinden wanneer een wietkwekerij moet worden opgeruimd.
Ergon heeft een uitstekende relatie met de gemeente Eindhoven die dit SW-bedrijf betrekt bij actuele ontwikkelingen, bijvoorbeeld in de Vogelaarwijken. Ergon richt zich, onder het motto: ‘in de wijk, van de wijk, voor de wijk’, op nieuwe vormen van dienstverlening. Zoals sportparkbeheer, waar nauwelijks nog vrijwilligers voor te vinden zijn. Of de klussendienst voor het schoolpleinenproject die zandbakken verschoont en kleine reparaties uitvoert. Dit project is zo populair onder zowel scholen als werknemers, dat er een wachtlijst voor is. Ergon heeft als belangrijkste missie: mensen ontwikkelen.

Aanpakcentrale

‘De Aanpakcentrale’, een initiatief van woningcorporatie Vivare (regio Arnhem en Nijmegen), zet zich in voor jongeren die vastlopen. De Aanpakcentrale doet dat niet door zelf als hulpverlener op te treden, maar is vooral sterk in het op gang helpen of doorstarten van projecten. De initiatiefnemers, bijvoorbeeld welzijnsorganisaties of onderwijsinstellingen, zijn dan vaak vastgelopen in papiergeschuif tussen werkgroep en projectgroep en vice versa, zonder dat het project echt van de grond komt. De Aanpakcentrale signaleert dat er geen gebrek is aan goede idee‘n, ze moeten vaak alleen een duwtje hebben om ze tot een concreet project te maken. Daarom zijn de projectleiders echte doordouwers met een groot organiserend vermogen die de kennis en ervaring van samenwerkingspartners bij elkaar brengen. Daaruit zijn aansprekende initiatieven voortgekomen als ‘Pimp my school’ waarmee de Aanpakcentrale drie vliegen in een klap slaat: jongeren een leerwerkplek aanbieden, leerlingen betrekken bij het ‘pimpen’ van hun school en nieuwe samenwerkingsrelaties, onder meer met de schoolmeubelfabrikant.

Vervolgproject voor SW-bedrijven

Alle SW-bedrijven kunnen hun voordeel doen met de ervaringen uit het project ‘Gebiedsgerichte ontsluiting publieke arbeidsmarkt’. In de eerste plaats kunnen ze het rapport raadplegen (zie hiervoor het eind van dit verslag).
KOCK organiseert bovendien een vervolg voor maximaal 25 SW-bedrijven.
Dit project is gericht op overdracht en toepassing van de ontwikkelde kennis. Het programma omvat gezamenlijke studiebijeenkomsten (vijf dagdelen) met deelnemers uit drie tot vijf SW-bedrijven en vier dagdelen individuele coaching per deelnemend SW-bedrijf. De doorlooptijd van het project is zes maanden, te beginnen in de tweede helft van januari 2009. SBCM betaalt de helft van de deelnamekosten.
Meer informatie en aanmelden: zie het eind van dit verslag.

Ervaringen SWB-groep

SWB-groep (Hengelo en Borne) is een van de deelnemende SW-bedrijven van het eerste uur. Wat waren de ervaringen met het project ‘Gebiedsgerichte ontsluiting publieke arbeidsmarkt’?
Deelname aan het project heeft volgens Theo Nijhuis en Jos Oude Egberink het spectrum aan activiteiten verbreed. Nieuwe samenwerkingsverbanden met woningcorporaties, woonzorgcentra en welzijnsorganisaties hebben ruimere mogelijkheden voor SW-medewerkers opgeleverd. Bestaande initiatieven van de SWB-groep (de stadswerkplaats, die in het kader van het armoedebeleid klussen verricht; ‘Veilige woning’, een uitwerking van het ‘Politiekeurmerk veilige woning’ en de uitvoering van energiebesparende maatregelen) zijn meer dan voorheen gericht op de ontwikkeling van de medewerkers. Zij leren nieuwe vaardigheden of brengen bestaande vaardigheden op een hoger niveau en stromen makkelijker door naar een reguliere baan. Dat zijn de hoofddoelstellingen van de SWB-groep.
De samenwerking is bovendien leerzaam voor de deelnemende bedrijven. “Er is al veel gedaan, zowel door anderen als door ons. Wij kunnen gebruik maken van elkaars kennis en zo elkaar versterken.” Voor meer informatie over het vervolgtraject Gebiedsgerichte ontsluiting van de publieke arbeidsmarkt kunt u terecht bij Remko Korsmit, senior beleidsmedewerker SBCM, via telefoonnummer 070 - 376 5753 of email  r.korsmit(at)caop.nl.