Terugblik leersessie IMPULS: praktisch aan de slag met basisvaardigheden

Basisvaardigheden als fundament voor ontwikkeling
Hoe maak je basisvaardigheden bespreekbaar op de werkvloer? Hoe herken je signalen op tijd? En hoe zorg je dat werknemers niet alleen een training volgen, maar ook echt stappen zetten in hun ontwikkeling? Tijdens de leersessie op 21 april 2026 gingen zo’n 40 professionals uit sociaal ontwikkelbedrijven hiermee aan de slag.
Tijdens de opening maakte dagvoorzitter Bruno Fermin, Fondsmanager SBCM, direct duidelijk waarom dit thema urgent is. Uit recente inzichten, onder meer uit de Staat van het Onderwijs, blijkt dat het niveau van basisvaardigheden onder druk staat. Hoger opgeleiden weten in de praktijk makkelijk de weg te vinden naar een cursus of opleiding. Voor mensen die praktisch zijn opgeleid en vaker een negatieve leerervaring hebben gehad is dit niet zo. Zij stellen de leervraag liever niet of uit. Zij hebben ondersteuning nodig om gemotiveerd te raken en zichzelf te ontwikkelen.
Juist voor sociaal ontwikkelbedrijven ligt daar een belangrijke opgave. Basisvaardigheden als lezen, schrijven, rekenen en digitale vaardigheden vormen de basis om te kunnen werken, leren en doorgroeien. Werken aan basisvaardigheden is geen extra taak, maar een voorwaarde voor ontwikkeling en duurzame inzetbaarheid.
IMPULS: samen ontwikkeld, gericht op de praktijk
Het IMPULS-project is in 2024 gestart met ondersteuning van het ministerie van OCW en ontwikkeld door Stichting Lezen en Schrijven, samen met vijf sociaal ontwikkelbedrijven en SBCM. Het uitgangspunt was vanaf het begin helder: niet iets bedenken vóór de praktijk, maar ontwikkelen mét de praktijk.
“De infrastructuur is vooral ingericht op hoger opgeleiden, terwijl juist deze doelgroep ondersteuning nodig heeft om mee te kunnen doen én zich te ontwikkelen. ”
Er is eerst gekeken naar wat er al was, waar behoefte aan bestond en hoe de aanpak van meerwaarde kon zijn. Dat leidde tot vijf korte trainingen en een maatjestraining, gebaseerd op herkenbare situaties uit het dagelijks leven en het werk. De trainingen gaan over boodschappen doen, gezond eten, meten en wegen, routeplannen en verlof aanvragen. De opzet is bewust praktisch, laagdrempelig en flexibel, zodat organisaties zelf kunnen kijken wat past binnen hun eigen praktijk.
Wat werkt in de praktijk
Een praktijkvoorbeeld van Wedeka liet zien wat het werken met IMPULS in beweging kan brengen. Het helpt organisaties in transitie van bedrijf naar sociaal ontwikkelbedrijf, waarin leren en ontwikkelen een vanzelfsprekend onderdeel wordt van het werk. Het gaat daarbij niet alleen om vaardigheden, maar ook om erbij horen, meedoen, zelfvertrouwen opbouwen en nieuwe dingen durven leren. In de praktijk blijkt dat juist de manier waarop leren wordt aangeboden het verschil maakt. Een veilige leeromgeving, kleine groepen en ruimte om te oefenen zorgen ervoor dat werknemers zich durven ontwikkelen. Zoals Karen Weeda, Product- en Instrumentontwikkelaar Rotterdam Inclusief, benadrukte: “Neem de tijd om een veilige omgeving te creëren. Dan durven mensen te leren.”
Werken aan basisvaardigheden vraagt ook ruimte aan de organisatiekant, namelijk in tijd, aandacht en keuzes. Dat het niet vanzelfsprekend is om die ruimte te creëren, werd duidelijk uit de gesprekken die plaatsvonden tussen de aanwezige jobcoaches en consulenten Arbeidsontwikkeling.
De dagelijkse praktijk vraagt vaak om productie en resultaat. Juist daarom is het belangrijk om leren bewust te organiseren en prioriteit te geven. Marcel Stouten, Trainer bij werk-leerbedrijf Lucrato: “Maak echt tijd vrij voor ontwikkeling van basisvaardigheden door structureel een deel van de tijd te reserveren voor leren.” Daarbij werd ook het belang van werkleiders en teamleiders benadrukt. Zij spelen een sleutelrol in de dagelijkse praktijk van werknemers. Door hen actief te betrekken, kan leren daadwerkelijk een plek op de werkvloer krijgen.
Herkennen begint bij kijken en luisteren
Een belangrijk onderdeel van de bijeenkomst ging over het herkennen van beperkte basisvaardigheden. Dat blijkt in de praktijk niet altijd eenvoudig, stelt Michiel Sträter, adviseur bij Stichting Lezen en Schrijven. “Signalen zijn vaak indirect en blijven daardoor soms lang onder de radar.” Denk aan het invullen van formulieren vermijden, moeite met digitale werkprocessen, smoesjes verzinnen of ergens omheen werken. De belangrijkste les: deze signalen kunnen wijzen op beperkte basisvaardigheden, en zijn daarom een aanleiding om het gesprek aan te gaan.
Het vraagt van professionals dat zij goed kijken, luisteren en aansluiten bij de context van werknemers. Niet om te veroordelen, maar om te begrijpen wat iemand nodig heeft om verder te komen.
Van bewustwording naar een plan van aanpak
Na het herkennen volgt de vraag hoe je dit als organisatie goed kunt inrichten. Eerst is bewustwording nodig: welke mensen heb je in huis en waar liggen hun uitdagingen? Daarna volgt de vraag wat je wilt bereiken en hoe je dat organiseert. Denk daarbij ook aan draagvlak: maak een plan van aanpak. Kijk ook naar welke scholing mogelijk is, welke financiële mogelijkheden je hebt en bepaal de borging. Bijvoorbeeld door dit onderwerp te verwerken in de cyclus van ontwikkelgesprekken, screenings in te zetten, of instructies toegankelijk te maken. “Er is geen standaardaanpak. Wat werkt, dat verschilt per organisatie. Juist daarom is maatwerk nodig”, aldus Dorina Hadders, Senior Adviseur Stichting Lezen en Schrijven.
De IMPULS-trainingen sluiten aan bij de leefwereld van werknemers. Ze zijn kort, praktisch en gericht op doen. Daarbij wordt gewerkt volgens het VUT-model: vooruitkijken, uitvoeren en terugkijken. Om leren nog laagdrempeliger te maken heeft Stichting Lezen en Schrijven ook een maatjesaanpak ontwikkeld. Daarbij ondersteunen collega’s elkaar op de werkvloer met leren. De kracht van deze aanpak zit in het leren van en met collega’s, direct in de praktijk. Dat verlaagt de drempel en maakt ontwikkeling onderdeel van het dagelijkse werk. Zoals adviseur Liza Otto toelichtte: “Wat opviel is dat maatjes niet alleen anderen helpen, maar zelf ook groeien en opbloeien in hun rol.”
Van inzicht naar actie
In het laatste deel van de bijeenkomst gingen deelnemers zelf aan de slag met de vraag ‘wat ga jij morgen doen om met basisvaardigheden aan de slag te gaan?’
Deelnemers gaven aan dat zij:
- draagvlak gaan creëren binnen hun organisatie
- structureel gaan screenen op basisvaardigheden
- materialen willen verkennen en inzetten
- basisvaardigheden willen koppelen aan bestaande processen
- samenwerking willen zoeken met andere organisaties
“We gaan bij elkaar kijken hoe het werkt. Daar kunnen we veel van leren.”
Werken aan basisvaardigheden begint met kleine stappen. Een signaal herkennen. Een gesprek aangaan. Iets uitproberen. Juist die kleine stappen maken het verschil. Ze zorgen we ervoor dat leren een vanzelfsprekender plek krijgt op de werkvloer en dat werknemers meer grip krijgen op hun werk en ontwikkeling. Sylvia van Wieringen van Rijnvicus gaf tot slot alle aanwezigen nog de tip mee om te kijken of er in jouw regio subsidie voor het versterken van basisvaardigheden is toegekend aan een LLO-Collectief. Neem daar dan contact mee op en bespreek wat de mogelijkheden zijn. Hier kan je vinden om welke regio’s het gaat: https://llo-collectief.nl/.
Download de materialen van de bijeenkomst