Home » Actueel » Terugblik bijeenkomst Praktijkleren: erkende ontwikkeling door leren op de werkvloer
Actueel

Terugblik bijeenkomst Praktijkleren: erkende ontwikkeling door leren op de werkvloer

Al doende leren

Hoe maak je praktijkleren met een praktijkverklaring een vast onderdeel van de begeleiding en ontwikkeling van werknemers? Daarover gingen professionals van sociaal ontwikkelbedrijven op 29 september in Utrecht met elkaar aan de slag. De belangrijkste boodschap: zorg eerst dat de interne organisatie staat, zoek vervolgens de samenwerking met onderwijs, werkgevers en andere partners in de regio en bouw passende leerlijnen en ontwikkelpaden.

De werksessie van SBCM en Cedris was een vervolg op de online bijeenkomsten over praktijkleren eerder dit jaar. Dit keer ging het vooral om de toepassing: hoe organiseer je praktijkleren en hoe zorg je dat het onderdeel wordt van het dagelijkse werk? Nathalie van der Stel (SBCM) en Jardy ten Kleij (Cedris) openden de ochtend. Daarna werkten de deelnemers in drie deelsessies aan de interne organisatie, het opzetten van leerlijnen en ontwikkelpaden en de samenwerking met regionale partners.

Maak zichtbaar wat iemand wél kan

Arie Derks (SBB) en Tim Oosterhuis (Den Haag Werkt) legden uit wat praktijkleren met een praktijkverklaring inhoudt. Een praktijkverklaring is gebaseerd op de mbo-kwalificatiestructuur en kan onderdeel zijn van een mbo-verklaring. Het maakt zichtbaar welke praktische vaardigheden iemand op de werkvloer beheerst. De praktijkopleider van een erkend leerbedrijf beoordeelt die vaardigheden.

Praktijkleren biedt mogelijkheden om praktische vaardigheden stap voor stap verder uit te bouwen. Het draait daarmee om meer dan het behalen van een praktijkverklaring, certificaat of diploma. Het maakt ook zichtbaar, erkent en waardeert wat iemand in de praktijk heeft geleerd en helpt om van daaruit verder te bouwen aan ontwikkeling. Dat biedt kansen voor werknemers voor wie leren in een klaslokaal of een volledige opleiding volgen minder goed past.

Het vertrekpunt is het dagelijkse werk: wat laat iemand daar al zien, wat wil iemand verder leren en welke volgende stap is haalbaar? Een persoonlijk begeleidingsdocument helpt om leerdoelen, werkprocessen en voortgang concreet te maken.

Regel het goed binnen je organisatie

Praktijkleren begint met duidelijke keuzes en afspraken in de eigen organisatie. Wat wil je ermee bereiken? Voor wie zet je het in? Wie is verantwoordelijk? En hoeveel tijd is er voor begeleiding? Kijk ook hoe de aanpak aansluit bij HR, leren en ontwikkelen, re-integratie en het dagelijkse werk.

De voorbeelden van Anne Marie van Zanten (Wedeka) en Ria Boer (Midwerk) lieten zien dat het inbedden van praktijkleren een ontwikkeling over meerdere jaren kan zijn. Wedeka verbreedde eerst het opleidingsbeleid, zette daarna leerlijnen en ‘al doende leren’ op, en werkt inmiddels verder aan ontwikkelingsgericht leiderschap, individuele ontwikkelplannen en het didactisch vermogen van praktijkbegeleiders. Ook Midwerk begon met een visie en beleid. Daarna volgden samenwerking met het ROC, inrichting van processen, koppeling van leerroutes aan werksoorten en ontwikkeling van lesmateriaal met de werkvloer. Ook professionalisering van praktijkopleiders, werkgeversbenadering en samenwerking met andere partners kregen een vaste plek.

Wie een leerlijn wil ontwikkelen, moet weten wat er op de afdeling daadwerkelijk gebeurt. – (Ria Boer)

Door mee te lopen, zie je wat werknemers al leren tijdens hun werk. Je ontdekt waar leerkansen liggen en welke ondersteuning werkleiders nodig hebben. Werkleiders vanaf het begin betrekken vergroot bovendien het draagvlak. Nathalie benadrukte dat het goed is om na te gaan of iedereen dezelfde ´taal´ spreekt. Wat verstaan we onder een leerlijn? En wanneer heeft praktijkleren een vaste plek in de organisatie? De routekaart waarmee deelnemers werkten, helpt om daar stap voor stap invulling aan te geven. Van het inrichten van praktijkleren binnen de organisatie en het opzetten van een leerlijn tot de samenwerking met regionale partners. De routekaart laat ook zien wat daarvoor nodig is.

Bouw leerlijnen vanuit het werk dat er al is

Veel sociaal ontwikkelbedrijven bieden al volop ontwikkelmogelijkheden. Denk aan het werk in de techniek, schoonmaak, productie, logistiek, groen, horeca of retail. Deze werkzaamheden kunnen aansluiten bij mbo-werkprocessen op niveau 1 en 2. De kunst is om niet meteen een complete opleiding na te bouwen. Begin met één werksoort of één groep werknemers. Breng in kaart welke werkzaamheden zij uitvoeren, welke vaardigheden al zichtbaar zijn en welke werkprocessen daarbij aansluiten. Bekijk daarna wat je kunt vastleggen in een praktijkverklaring en welke vervolgstap passend is. Een goede verbinding tussen de werkvloer en het onderwijs is daarbij belangrijk. Zo worden praktijkvaardigheden ook herkenbaar en waardevol buiten de eigen organisatie.

De rol van werkleiders ontwikkelt mee

Praktijkleren verandert ook de rol van werkleiders, praktijkopleiders en andere begeleiders. Naast het sturen op productie, krijgen zij nadrukkelijker een rol in instrueren, observeren, feedback geven en ontwikkeling bespreekbaar maken. Dat vraagt om professionalisering én tijd. Coaching, intervisie en didactische ondersteuning kunnen helpen om die rol goed in te vullen.

Van erkenning naar ontwikkeling en samenwerking

Tijdens de sessie van Jan Dijkhuis (Midwerk/Werk in Zicht), Annet Jager (KBA Nijmegen) en Bruno Fermin (SBCM) stond regionale samenwerking centraal. Een sociaal ontwikkelbedrijf hoeft niet alle werkprocessen zelf aan te bieden. Juist samenwerking met werkgevers en andere partners kan een leerroute verbreden en helpen om vraag en aanbod op een geleidelijke en duurzame manier aan elkaar te koppelen.

Via Stagemarkt onderzochten deelnemers voor welke werkzaamheden hun eigen organisatie erkend is als leerbedrijf. Ook bekeken zij welke werkgevers in de regio aanvullende leermogelijkheden bieden. Daarbij stond niet alleen de vraag centraal waar een vacature of werkplek is. Belangrijker was: wat kan iemand hier leren, wat is nodig voor de volgende stap en wie kan dat daarbij helpen? De deelnemers oefenden met een casus over Samir, een werknemer in de logistiek. Een volledige mbo-opleiding paste op dat moment niet goed bij hem, maar zijn dagelijkse werk bood wel kansen om verder te ontwikkelen. De deelnemers maakten daarom een bredere ontwikkelroute met een werkgever in de regio en, waar nodig, een mbo-school en SBB.

Tijdens de terugkoppeling kwam de rol van accountmanagers en werkgeversadviseurs aan bod. Weten zij genoeg over praktijkleren? Juist zij kunnen in gesprekken met werkgevers kijken naar leerwerkplekken en aanvullende ontwikkelmogelijkheden. Daarvoor moet intern wel duidelijk zijn wie wat doet en welke boodschap richting werkgevers wordt uitgedragen.

Begin klein en vier successen

Wie alle organisatorische, onderwijskundige en regionale onderdelen naast elkaar legt, kan al snel het gevoel krijgen dat praktijkleren groot en ingewikkeld moet worden aangepakt. Dat hoeft niet. Begin gewoon klein! Kies één leerlijn, één werksoort of een groep deelnemers. Richt daarmee het proces goed in en leer van de uitvoering. Breid de aanpak pas uit als de begeleiding, samenwerking, het vastleggen van de voortgang en de financiering goed zijn geregeld.

Sta ook stil bij wat werknemers bereiken. Voor sommigen is een praktijkverklaring of certificaat het eerste tastbare bewijs van wat zij hebben geleerd. Tijdens de bijeenkomst werd verteld hoe spannend een afsluitend gesprek kan zijn. En hoeveel trots er daarna is. Door successen te vieren, laat je zien dat ontwikkeling telt. Dat kan werknemers meer zelfvertrouwen geven en motiveren om verder te leren.

Blijf leren van elkaar

Aan het einde van de bijeenkomst keken de deelnemers vooruit. Wat ga je morgen doen? Met wie wil je in gesprek? En welke vraag wil je stellen? Er bleek behoefte om ook na de bijeenkomst ervaringen te blijven delen, bijvoorbeeld via een netwerk of sparringpartners. Tegelijkertijd liet de bijeenkomst zien hoeveel kennis er al is: van goedlopende leerlijnen en kennisdocumenten tot regionale samenwerkingen en uitgewerkte processtappen.

Uit de kennisquizuitkomsten bleek dat veel organisaties al met praktijkleren bezig zijn. Maar zij zoeken nog naar borging, goede begeleiding en het organiseren van passende leerroutes. Juist daarom is het waardevol om kennis, materialen en praktijkervaringen te blijven delen en van elkaar te leren.

Zelf aan de slag

Kon je niet bij de bijeenkomst zijn maar wil je wel zelf aan de slag met de routekaart? Gebruik dan een van de fictieve casussen als voorbeeld om de aanpak voor je eigen organisatie te verkennen. Voor vragen over het gebruik van de routekaart en de SBCM-tools kun je contact opnemen met Nathalie van der Stel.